Masterchef Australia

3299078592.-86a15ff5ea8b316d73d46eaf0ff91539

 

De Australiërs televisiekoks scoren in mijn boekje, verrassend genoeg, stukken beter. Hun land staat er nu eenmaal niet om bekend dat hun keukens de goegemeente der connaisseurs kunnen plezieren. Dat laat zich ook terugzien in de eindproducten die hun kandidaten inleveren. Ik sta daar niet himmelhochjauchzend bij te springen. Ook mijn speekselklieren maken geen overuren. Als je ziet wat voor een derrie de kandidaten in de finaleweek nog durven te presenteren, dan hou ik mijn hart vast bij het idee hoe het spul eruit zag van de zevenduizend mededingers die zij in de voorrondes wisten te elimineren. Vooral de master classes kunnen bij lange na niet tippen aan wat Kranenborg en Jaspers van hun kunde als kok laten zien, al was het alleen maar om het feit dat de aussies graag uit pakjes mogen koken. Zo deinzen de twee Australische topchefs er niet voor terug om zo, hupsakee, kant en klare bouillon in hun soepen of curry’s te storten. Het grote bezwaar hiertegen is niet dat het slechte bouillon zou zijn, maar dat de leerlingen niet leren onder welke omstandigheden ze een goede bouillon moeten bereiden en dat ze niet zullen leren hoe ze bouillons moeten clarificeren. De master classes van Kranenborg en Jaspers daarentegen, zoals ze vertoond worden in Top Chef, de jonge professionals, vervullen mij altijd met het stille verdriet van het besef dat er geen geurknop op de televisie zit, zodat ik de geuren van hun gerechten niet naar me kan toewuiven. Dat alles moet ik toegeven.

Toch is Masterchef Australia het enige kookprogramma dat, wat mij betreft, ver met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Waarom? Negatief uitgedrukt, omdat culinaire prestaties niet het enige criterium in een goede keuken zijn. Er gelden ook andere maatstaven. Koken, zo benadrukte Remy, het kokende ratje uit Ratatouille, keer op keer, draait om passie, om een liefde voor het eten en om het genot andere mensen te fêteren op iets waar ze hun ziel en zaligheid in gelegd hebben. En de mensen die meedoen aan de Australische versie van masterchef zitten boordevol hartstocht. Ze zijn maandenlang van huis weg, vaak hebben ze hun eerdere baan opgegeven en ze zijn meer dan bereid om hun mening over wat goed bereid eten is op te geven voor een betere. Kandidaten die dat niet doen en die graag de betweter willen uithangen, selecteren zichzelf voor eliminatie. Wat rest zijn de mensen die niet bang zijn om wat te leren. Die laten een glimp van hun ziel zien en zijn niet bang om eens een keertje af te gaan. Ik bedoel, iedereen, de kandidaten net zo goed als de twee chef-koks, zijn betrokken in een groeiproces. Daar wordt van elkaar geleerd en aan elkaar gedoceerd.

Aan het begin van het traject zijn ze even rommelig als de Amerikaanse of Nederlandse amateurkoks, omdat ze een hoop verkeerde gewoonten moeten afleren en goede gewoonten nog moeten aanleren, maar tegen het eind krijgen ze het gezamenlijk voor elkaar om toch iets op tafel te zetten dat er als redelijk eetbaar uitziet. Daarbij stimuleren de deelnemers elkaar en juichen een ander verheugd toe als die een mooi eindproduct weet weg te zetten. Zeker, ze zijn onderling nog steeds verwikkeld in een competitie waarbij het onvermijdelijk is dat de meeste kandidaten uiteindelijk moeten afvallen, maar ze grienen even hard met een afvaller mee als die zelf doet, zonder enig spoor van leedvermaak. Dit zit ‘m vooral in het feit dat ze hun ambities weten te beteugelen. Ze kunnen een aardig potje koken in de keuken thuis, ja, dat weten ze, maar ze weten ook dat een gezelligheidskok mijlenver verwijderd staat van de professional.

Waarschijnlijk is deze onbevangenheid en leergierigheid van de deelnemers, aangevuld door hun diepste hartenwens om uiteindelijk een kok te worden, ook de reden waarom dit televisieprogramma in Australië the talk of the town is. Hun dagelijkse strijd in de keuken trekt als een mare door het land en een grote schare kijkers leeft met het lot van de winnaars en afvallers mee. Ik kan me nog één aflevering goed heugen waarin een man plotsklaps vertelde dat hij weer op huis aanging. Hij had weliswaar alle voorrondes gehaald en in de competitie deed hij het ook niet slecht, maar hij wou terug naar zijn vrouw, die net van kanker genezen was, omdat hij het gevoel had dat hij, als hij zou aanblijven, haar in de steek liet. Dus pakte hij zijn boeltje bij elkaar en vertrok huiswaarts, naar een dorpje dat zo’n drieduizend kilometer noordelijker lag. Een restaurateur, die de beelden op televisie gezien had, hing vervolgens in de telefoon om de man een baantje als leerling-kok in zijn toko aan te beiden. Wat een saamhorigheid.

Ook het format van de aussies is beter. Aan alle kanten verraadt dit format, dat er een stuk beter is nagedacht over de reeks vaardigheden waarover een kok moet kunnen beschikken dan de producers van SBS6 gedaan hebben. Je bent er nu wel in geslaagd om een lekkere, restaurantwaardige gumbo te maken voor twee personen, maar hoe zit dat wanneer je voor tweehonderd zeelui moet koken? Zo’n format rekt de werksfeer van een kok op tot meer realistischer proporties. Het dwingt de deelnemers om niet te gaan koken wat ze zelf lekker vinden en het zet ze onder zware tijdsdruk. De zaken beginnen dan een beetje te lijken op hoe het er in een echte keuken aan toegaat. Ze zullen zich moeten gaan afvragen wat voor tweehonderd hardwerkende mariniers een spekkie naar hun bekkie is en of ze dat tijdig voorgeschoteld kunnen krijgen in de mess. Degenen die dat niet kunnen en die iets op tafel smakken wat slechts hun favoriete dis is, vallen af. Op een koude winterdag een garnalenpasta aan hongerige zeelui voorzetten? Dan kom je bedrogen uit. Op zo’n dag wil een zeebonk vlees, vet en veel. Lasagna is dan dus een uitstekende keuze. Lasagna is ook nog om een andere reden een prima inval. Dat blijft keurig binnen het budget. En dat is ook iets wat je aankomende koks zult moeten leren. Het is geen kunst om met een budget van vijftig euro per couvert een gerecht op tafel te zetten waar de eter van gaat watertanden, de kunst is om dat te doen met een budget van vijf euro. Ook koks, vooral chef-koks, moeten een kostprijsberekening kunnen maken.

Dit bericht is geplaatst in Koken. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *