ZEEMEEUWENMANAGEMENT

schijtende_zeemeeuw

Wat zou er nu gebeuren als je mensen wijst op een niet te missen overeenkomst tussen de financiële rompslomp van gevangenissen en die van ziekenhuizen, scholen, zorginstellingen, psychiatrische inrichtingen en bejaardentehuizen? Qua financieel management lijken die instituten namelijk verrassend veel op elkaar. Ze worden allemaal bestierd door mensen die doen aan zeemeeuwenmanagement: ze komen krijsend binnenvliegen, schijten de boel onder en druipen teleurgesteld af als ze zien dat er verder niets meer te halen is.

Zo zitten de werkelijke kosten voor de bejaarde, de hulpbehoevende, de scholier, de zieke, de gevangene, de TBS’er en ga zo maar door, hem niet in het voorzien van levensonderhoud, noch in de kosten van het personeel op de werkvloer, nee, het leeuwendeel, naar schatting viervijfde van de taart, gaat naar de overhead, bestaande uit hordes managers, de regiodirecteuren, de zorgverzekeraars, de commissariaten, de farmaceutische lobby, de peperdure gebouwen; de kerndepartementen waar de secretarissen-generaal, de directeur-generaal en de raden van bestuur hun domicilie kozen; de zakelijke studiereizen en de talrijke snoepreisjes die ondernomen worden door een roedel commissies, met in hun entourage de corrupte ambtenaren, chantabele bestuursleden en overijverige pseudowetenschappers; de (onzinnige) geldverslindende voorlichtingscampagnes; het dubieuze declaratiegedrag van hooggeplaatste ambtenaren; de geprivatiseerde beveiligingsbedrijven in vreemdelingendetentie met hun stompzinnig jaknikkende en hakkenklakkende medewerkers; de even onmiskenbare als onmisbare gourmetcatering voor de bonzen vergezeld door de onappetijtelijke maar o zo kostbare varkensvoerleverantie voor de gedetineerden; en tel daarbij op de belachelijk hoge salarissen van politici met justitie (de zorgsector, het onderwijs) in hun portefeuille, de gouden handdrukken aan beleidsmakers, de voor een doofpot ongeschikte affaires die gepaard gaan met gigantische afkoopsommen als er een boeboe of baba begaan werd, de aanzienlijke smeergelden die er betaald worden om vooral met die ondernemingen in zee te gaan en niet met die, smartengelden voor de gevallen waarin het aantoonbaar en publiekelijk gevoelig misging, torenhoge proceskosten die gespendeerd worden aan onbenulligheden zoals het proces tegen Wilders, om het nog maar niet te hebben over de kostbare investeringen in de gevangenissen (psychiatrische inrichtingen, verpleeghuizen, scholen en ziekenhuizen) die nooit afgemaakt of in gebruik zullen worden genomen omdat de regelgeving morgen weer anders is en vraagt om andere aandachtspunten. Eens je dat in ogenschouw neemt, die feiten, zouden mensen dan nog steeds geloven dat de kosten van de gevangenis een uniek probleem vertegenwoordigden, of zouden zij oog beginnen te krijgen voor het grotere plaatje? Maar toegegeven, op dit moment heerst er onwetendheid in de publieke opinie omtrent die zaken.

Bij de instandhouding van die onwetendheid nemen de media, in het bijzonder de geschreven pers, een sleutelpositie in. Journalisten die alleen maar functioneren als ‘doorgeefluikje’, zonder één enkele kritische tegenwerping te maken, scharen zich, zo stelt Joris Luyendijk in zijn boek Het zijn net mensen, in feite aan de zijde van de partij die de nieuwsstroom het beste naar haar hand weet te zetten. Onafhankelijke en objectieve berichtgeving is bij de meeste kranten en tijdschriften dan ook ver te zoeken, de herinnering aan de idealen van weleer bijna vervlogen. Ik snap de berichtgeving over criminaliteit en het gevangeniswezen dan met de beste wil ter wereld nog niet. Dat journalisten zelfs de meest aperte nonsens over het Nederlandse gevangeniswezen, als die maar verkondigd wordt door een hoogwaardigheidsbekleder, met droge ogen in hun krant durven te plaatsen, zonder het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen, zonder ook maar iets aan onderzoeksjournalistiek te doen, daar kan ik alleen maar meewarig het hoofd bij schudden. Wat helemaal hemeltergend is, is dat journalisten zichzelf nog geen twee seconden bedenktijd gunnen om, op basis van ‘horen zeggen’, de reputatie van goede mensen door het slijk te halen, als het maar ‘een nieuwtje’ oplevert. Zij, het Brabants Dagblad, De Stem, het Tilburgs Dagblad, het Algemeen Dagblad, Het Nieuws en vele anderen, spijkeren met wellustige graagte een vestigingsdirecteur als Ton Daans aan de schandpaal. Anderzijds. Als justitie ergens bang voor is, dan is het wel dat er ooit een plaatje à la Jolanda Venema uitlekt naar de media. Op dat moment zou het hele mediacircus een drastische koerswijziging ondergaan.