XYA35

Rene Gude

Om mijn boek over de onschuld van een levenslang gestrafte af te ronden, ging ik de afgelopen twee weken in retraite op het landgoed van de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Omgeven door prachtige bossen, sprintende hazen, vrolijke eekhoorntjes die met de dag opdringerig werden en een staf die me in de watten legde, schoot ik een flink eind op. Toch waren dit uiterst verwarrende dagen. Twee jonge meisjes waren, onder een boom schuilend, dodelijk door de bliksem getroffen, op zo’n halve kilometer afstand van onze verblijfplaats. Iedereen was kapot van dit nieuws.

Tussen de middag gebruikte ik meestal de lunch met een hoogleraar filosofie die ik al de helft van mijn leven ken. We zijn vrienden. We spraken over een gezamenlijke vriend van ons, René Gude, uitgeroepen tot Denker des Vaderland, die kort daarvoor overleden was en die nu rustte op het aan het landgoed aanpalende kerkhof. We kwamen overeen dat we bloemen op zijn graf zouden gaan leggen, als een soort laatste eerbetoon. Dat bleek gemakkelijker gezegd, dan gedaan.

De medewerkers van het landgoed regelden de bloemen, dat ging nog goed, en drukten me een briefje in handen met de locatie van zijn graf, en daar ging het mis. Ik was mijn bril vergeten en las op het briefje ‘XYA35’. Tot overmaat van ramp was ook mijn vriend zijn bril vergeten en ook hij las dezelfde boodschap. Zodra ons drukke werkschema dit toeliet togen wij op een avond naar de begraafplaats. Wat we ook deden, we konden het graf van onze vriend niet vinden. Zelfs niet toen we zijn vrouw met hun kinderen zagen lopen, want ‘zijn vrouw’ bleek, toen we dichterbij kwamen, geheel iemand anders te zijn. Een medewerker van de begraafplaats wist ons te verzekeren dat het graf XYA35 niet bestond. Na een dikke anderhalf uur zoeken gaven wij de speurtocht op. Wat restte was een onbevredigend gevoel. Het voelde alsof ik een vriend in de steek liet.

Daags erna trof ik iemand die een bril droeg met ongeveer dezelfde sterkte glazen als ik nodig heb. Het briefje las nu ‘XIa35’ in plaats van ‘XYA35’. Mijn vriend kon, door werkzaamheden, niet met mij meegaan, maar nu vond ik de laatste rustplaats van onze vriend zonder mankeren.

‘Sorry, Rein. Ik heb het gewoon te druk. Ik zal een andere keer het graf van René bezoeken.’

Bij het verlaten van het landgoed, ’s vrijdagsmiddag om twee uur, zag ik onderweg naar het station Amersfoort, de wagen van mijn vriend geparkeerd staan bij de begraafplaats. Ook bij hem had het bloed gekriebeld.

Hij belde me die vrijdagavond op. ‘Ik moest hem opzoeken, Rein. Begrijp je? Toen we alle drie nog leefden, stonden we voor elkaar klaar. Maar nu er één van ons dood is, is dat geen excuus om dat niet meer te doen.’

Ik begreep het. Het lezen van XIa35 als XYA35 was een zinsbegoocheling; het vermeende zien van Renés vrouw ook, maar vriendschap is niet altijd een illusie.