STEUN EN TOEVERLAAT

 

 

daklozen

‘Onze’ zwerver stierf enkele weken geleden. Al sinds jaar en dag hadden mijn vrouw en ik de Poolse dakloze man ‘geadopteerd’ als ‘ons’ project. Steevast stopten wij hem het kleingeld toe dat wij konden missen en bij speciale gelegenheden, zoals de kerst, kreeg hij wat extra’s, ook al konden wij dat eigenlijk niet missen. Wij hadden ons zijn leed, in zekere zin, toegeëigend, in ruil voor het gevoel soms wat goeds te kunnen doen en onze relatieve welvaart te delen met anderen, en hij, op zijn beurt, was ons ter wille door, ongevraagd, af en toe bij te springen met het in toom houden van de kinderen tijdens het boodschappendoen. Als onze twee kleine ratten, sorry, schatten, bij het op slot zetten van de fiets, weer eens de benen hadden genomen in een overvolle supermarkt, dreef hij ze bij elkaar in mijn richting. Vergezeld van een stroom Poolse woorden bracht hij ze weer onder mijn hoede. Ik heb er nog steeds geen idee van of hij me dan de huid vol schold of zich juist bemoedigend uitliet, want mijn kennis van het Pools beperkt zich tot twee woorden die geen enkele drukker op papier wil zetten.

Wij zullen hem missen. Ook mijn kinderen hadden een zwak voor hem. Hij was, op die momenten, eventjes onze steun en toeverlaat.

Bij het vertrek van Alex Brenninkmeijer als onze nationale ombudsman trok er ook een gevoel van afscheid moeten nemen door me heen, net zoals bij ‘onze’ Pool. Deze man was voor veel gedetineerden een broodnodige steun en toeverlaat. Vindt de vreemdelingendetentie in Nederland plaats volgens onze en de Europese wetgeving? ‘Nee,’ concludeerde hij, ‘heren politici doe daar wat aan.’ En het werd hem zeker niet in dank afgenomen toen hij oktober jongstleden de voltallige Tweede Kamer voor de voeten wierp dat onze politieke houding racistisch is. Ook zijn rapport ‘In het krijt bij de overheid’ uit januari 2013, waarin hij het absurde aan de kaak stelde van de praktijk om 25000 mensen per jaar op te sluiten wegens een openstaande verkeersboete (een gevolg van de Wet Mulder), leverde hem scheve blikken op. Brenninkmeijer zou zich te veel bemoeien met politiek, zeiden zijn critici. ‘Ja hoor,’ antwoordde hij laconiek, ‘ik ben een luis in de pels van de overheid en dat hoort te jeuken.’ Zijn laatste wapenfeit bestond erin om de ernstig zieke ‘Samuel’ vanuit Venezuela overgeplaatst te krijgen naar Nederland. ‘Dat kon niet,’ zei Ivo Opstelten, op basis van de WOTS. ‘Dat kan wel,’ foeterde Brenninkmeijer, op basis van humanitaire overwegingen.

Brenninkmeijer kreeg zijn zin. Op 17 december kwam ‘Samuel’ in Nederland aan, om het laatste restant van zijn straf in Esserheem, Veenhuizen, uit te zitten.

Wie Brenninkmeijers opvolger wordt, staat nog niet vast. Ik heb het idee dat de politici de voorkeur zullen geven aan een meer volgzaam type.