ALTERNATIEF

‘Pappa, wat is een atternatieb?’, vroeg mijn zoontje laatst, waarbij hij me hoopvol aankeek, alsof ik enig idee zou hebben waar hij het over had.

‘Een wat voor een ding?’, reageerde ik verbaasd.

‘Nou, gewoon, een atternatieb.’

Even aarzelde ik. Zou ik zijn vraag negeren en doorgaan met de boekhouding, een zenuwslopend werkje, of moest ik samen met het ventje op onderzoek uit om te achterhalen welk woord hij bedoelde? Aangezien negeren pedagogisch onverantwoord zou zijn en ik ook wel blij was met wat afleiding, besloten we tot een gezamenlijke queeste naar de herkomst van dit vreemde woord. Daarbij is de kleine vent moeilijker af te schudden dan een horde deurwaarders, dus veel keuze had ik eigenlijk niet.

‘Waar heb je dat woord gehoord?’

‘Nou, ehhh. Op tv.’

‘Wanneer was dat?’

‘Net. Op tv. Echt waar. Tjitske zit nog steeds te kijken.’

‘O, kom dan maar eens mee.’

In de huiskamer zat zijn zusje, pontificaal in de kleermakerszit, met open mond te kijken naar het Tweede Kamerdebat over het masterplan DJI 2013.

‘Dit is zo saai,’ verzuchte ze, ‘behalve die kale man met dat grote, bolle hoofd daar.’ Ze stak haar wijsvingertje uit om het object van haar adoratie aan te duiden. ‘Die ziet er grappig uit.’

‘Ja, ja, die daar,’ viel haar broertje haar bij. ‘Die zei ook atternatieb.’

Alsof de regisseur de discussie bij ons thuis gevolgd had, zoomde de camera in op het vollemaansgelaat van Fred Teeven, net toen hij zei dat hij het alternatief voor het masterplan DJI onhaalbaar achtte. Aha, atternatieb bleek dus een verhaspeling van alternatief te zijn. Weer een mysterie opgelost.

 

Waarom reageerde Teeven niet inhoudelijk op het alternatieve masterplan DJI? Waarom deden de media hier niets mee? Dat zijn raadsels die niet zo snel opgelost zullen worden. En dat is werkelijk onbegrijpelijk, want dit plan, Balans in het Nederlandse Gevangeniswezen genaamd, onthult namelijk niet alleen een echte visie op de toekomst van gevangenschap in Nederland, maar ook een duidelijk standpunt over het nut en de functie van vrijheidsbeneming. In Nederland, waar we geobsedeerd zijn met veiligheidsmaatregelen, is de balans zoek tussen de beheersbaarheid en de leefbaarheid in de gevangenissen, aldus de opstellers. Onze gevangenissen beginnen steeds meer te lijken op detentiefabrieken. Daarbij houdt de politiek het beeld in stand dat gedetineerden gevaarlijke gekken zijn, die weliswaar ‘humaan’ bejegend moeten worden maar die we toch als hopeloze gevallen moeten afschrijven. Vind je het gek dat de recidivecijfers en de kosten voor detentie zo hoog liggen?, vragen de alternatievelingen zich dan af. Het roer moet dus om. We moeten gevangenen laten zien dat ze nog steeds bij ons horen, en daarom is het nodig dat het leven in de bajes zoveel mogelijk lijkt op het leven daarbuiten. Een systeem van semi-liberté is een goed idee en het kost uiteindelijk nog minder geld ook. We zouden ook lering kunnen trekken uit Bastoy, het Noorse gevangeniseiland, dat in staat is zichzelf te bedruipen en dat een ongehoord laag recidivecijfer kent.

 

‘Paps,’ meldde mijn zoontje zich weer, ‘wat is een alternatief dan?’

‘Och ja. Glad vergeten. Een alternatief betekent: als je een slecht plan hebt, maar iemand heeft een beter plan, dan moet je durven toe te geven dat je fout zat en de moed hebben om voor het betere plan te kiezen. Helaas gebeurt dat bijna nooit.’