Ik snap het even niet

Turkije is sinds 1952 onze trouwe NAVO-bondgenoot, menen we.

Turkije steunt ons in de strijd tegen het terrorisme, zeggen we.

De aanslag in Parijs en de vele doden, betreuren we.

We zijn als de dood zo bang voor aanslagen in ons land, publiceren we.

De vele vermisten tijdens het Argentijnse Junta-regime, veroordeelden we.

Dit alles, dat snap ik nu even niet.

 

Turkije roeit nog steeds de Armeniërs en de Koerden uit, stel ik vast.

Turkije bombardeert de Koerden en niet de IS, zoiets is ongepast.

Waarom treuren over zoveel doden, als we die wapens zelf bekostigden?

Een verwarde man in een trein, en we schijten in onze broek.

De mensenrechten zitten ons hoog, zoals wij verkondigden.

 

Dat alles, snap ik nu echt niet meer.

 

De Sint.

 

 

 

 

 

Geplaatst in Turkije en de IS | 3 Reacties

ISVW-manuscript gestolen uit gevangenis

 

Omslag HB                                                                 ISVWlogo

 

Op 17 november is een cruciaal deel van een manuscript van ISVW uitgevers door Justitie ontvreemd uit een cel in de penitentiaire inrichting Zuyder Bos in Heerhugowaard. Dat melden advocaten Judith Serrarens en Adèle van der Plas. Het betreft het manuscript van het komende boek Hüseyin Baybasin. Turks-Nederlands overspel in de Koerdische kwestie van de hand van wetenschapsfilosoof Rein Gerritsen.

De tekst, die handelt over de Turks-Koerdische zakenman Hüseyin Baybasin, maakte deel uit van het advocatendossier van Baybasin. Het is gevangenispersoneel bij wet verboden om de advocatendossiers te openen. Bovendien mogen bij een celinspectie ook geen persoonlijke artikelen weggenomen worden uit een cel. ISVW uitgevers zal, mede namens de auteur, aangifte doen van diefstal.

Hüseyin Baybasin zit een levenslange gevangenisstraf uit in Nederland. Het wordt steeds duidelijker dat het bewijs tegen hem doelbewust is vervalst door een Nederlands-Turkse politie-eenheid. In het manuscript beschrijft Rein Gerritsen hoe Baybasin, die mede-initiatiefnemer was van het in Den Haag opgerichte Koerdische Parlement in Ballingschap en die eerder een boekje opendeed over drugssmokkel door Turkse diplomaten, achter de tralies verdween. Hoge ambtenaren en politici uit zowel Nederland als Turkije hebben, blijkens het manuscript, in deze zaak een dubieuze rol gespeeld. Voor Baybasin, die geen Nederlands leest, liet de uitgeverij een vertaling maken van cruciale passages uit het manuscript. Niet alleen deze Engelstalige tekst is uit de cel van Baybasin ontvreemd, maar ook de onderliggende bewijsstukken. Het betreft geheime ambtelijke rapporten en memo’s. Ook van deze ontvreemding doet ISVW uitgevers aangifte.

Hüseyin Baybasin vertelt in een interview, te beluisteren op youtube.com/watch?v=E73b66_qkQE, dat de inspectie van zijn cel niet door het reguliere gevangenispersoneel gebeurde, maar door een extern team van Justitie, de Landelijke Bijstands Eenheid, wat ongebruikelijk is. Volgens de aangifte van Judith Serrarens, een van de advocaten van Baybasin, is de cel van Baybasin overhoop gehaald en zijn enkele bezittingen kapot gemaakt, iets wat Baybasin in het radio-interview bevestigt. Hij bevestigt ook dat het vertaalde manuscript van Rein Gerritsen is weggehaald. ‘Ik had er allerlei aantekeningen met de hand op geschreven, maar dat is nu allemaal gestolen.’

Van zowel het manuscript als de onderliggende bewijsstukken bestaan meerdere kopieën. De productie van het boek is dan ook niet gevaar. Het boek komt waarschijnlijk over twee maanden in de handel. Het verschijnt min of meer tegelijk met een ander ISVW-boek over deze zaak: De Baybasin-taps; een politieke gevangene in Nederland, van de hand van hoogleraar wetenschapsfilosofie Ton Derksen. Hij onderzocht de onlangs vrijgegeven telefoontaps van Baybasin en concludeert in het boek dat de inhoud met plak- en knipwerk in de audiobestanden tot stand is gekomen.

Noot voor de pers: Noch de uitgever noch de auteur doen op dit moment uitspraken over de precieze inhoud van de genoemde manuscripten. Op het moment dat de boeken verschijnen, zal de uitgeverij een persconferentie organiseren. Voor meer details over de strafbaarheid van het ontvreemden van het manuscript van Gerritsen verwijzen we u naar mr. Serrarens: info@hradvocaten.eu. Voor algemene informatie over de zaak Baybasin kunt u terecht bij advocaat Adèle van der Plas: bsvdp@xs4all.nl.

Geplaatst in Baybasin | Getagged , , | 7 Reacties

ERDOGAN, SAHIN EN DE IS

Erdogan

Behalve banden met Sedat Sahin (zie De Telegraaf 1 mei 2015), een notoire huurmoordenaar, onderhoudt de Turkse president Erdogan ook bijzondere relaties met de IS. Aan de oppervlakte is Erdogan een serieuze NAVO-partner, maar dan wel eentje met een verborgen agenda. Hij zet hiermee een oude Turkse traditie voort: speel religieuze radicalen uit tegen etnische minderheden en andersdenkenden, om de aandacht weg te leiden van politieke issues. Meer inzoomend op de details vallen andere parallellen tussen de situatie nu en de negentiger jaren op.

In 1993 ontbond het Turkse Hof de Koerdische Arbeiderspartij voor het Volk (HEP); in 1994 de Koerdische Democratische Partij (DEP); in 1999 de Democratiepartij voor het Volk (HADEP) en in 2005 de Partij van de Democratische Samenleving (DTP). Allen werden kort na hun oprichting ontbonden omdat ze, zo wordt gezegd, nauw zouden samenwerken met de PKK. Diezelfde beschuldiging ligt nu ook voor aan de nieuw gekozen Koerdisch partij HDP, die deze zomer met dertien procent gekozen werd in het Turkse parlement.

Omtrent het tijdstip van de ontbinding van die democratisch gekozen partijen nemen de activiteiten van Turks geïnspireerde terreurgroepen altijd toe. Juist vlak voor de ophef over de vermeende verbondenheid met de PKK maken organisaties als de Turkse Hezbollah en de Hizb-I jacht op ‘het aangeschoten wild’, de Koerdische parlementariërs die hun immuniteit dreigen te verliezen. En als die Turks religieuze terroristen hun nut voor de Turkse staat hebben verloren, pas dan gaat Turkije jacht maken op die groepen.

Zo’n zelfde situatie voltrekt zich nu ook in de relatie tussen Turkije en de IS. Tot voor kort was de IS een trouwe bondgenoot van Turkije. De IS kreeg haar fondsen, wapens, opleiding, tactische en diplomatieke ondersteuning van de Turken. Veel van de IS-leden werden gerekruteerd uit gepensioneerde soldaten van de Speciale Turkse strijdkrachten. Ook voor hun gewonden kon de IS bij Turkse veldhospitalen terecht. Daniel Pipes, een Amerikaanse historicus en politiek commentator, gaf na een vraaggesprek met Ahmed Kurdi, leider van de Koerdische Bevrijdingsbrigade, aan dat door de IS gevangengenomen Koerdische strijders ondervraagd werden door Turkse inlichtingenofficieren. ‘Al onze mensen zeiden dat de Turken meededen bij deze ondervragingen. (…) Ze doen net als ze ruzie hebben met deze groep, maar dat is beslist niet waar.’ Omgekeerd beschikken gewonde IS-strijders, die in de handen vallen van de Koerden, maar al te vaak over Turkse paspoorten. Een aantal Turkse (reguliere) politieagenten dat zo vermetel was om IS-transporten op Turkse bodem staande te houden, werd, tezamen met een officier van justitie, teruggefloten door de Turkse generale staf.[1]

Turkije is nu klaar met de IS, zijn voormalige bondgenoot, en kan officieel de jacht openen op de radicaalislamitische groepering, net zoals Turkije de Turkse Hezbollah in de negentiger jaren illegaal verklaarde. De IS deed namelijk niet waarvoor ze ingehuurd was, de Koerdische top in Syrië uitschakelen. Tegelijk kan het officieuze spel beginnen: de criminalisering van de vers gekozen Koerdische parlementsleden en de aanval op andersdenkenden.

[1] Documentatie met betrekking tot dit onderwerp is terug te vinden op de website van de ISVW.

Geplaatst in Turkije en de IS | 2 Reacties

Turkijes steun aan de IS

imageimage4 image3 image2

Geplaatst in Turkije en de IS | 3 Reacties

Degustibus est non disputandum

DAVID-CAPY-MOF-2007

Over smaak valt niet te twisten, hoor je mensen wel eens zeggen. Nou, die mensen hadden en hebben het mis. Smaak is juist één van de weinige dingen die zich niet lenen voor relativisme. Smaak is ook niet subjectief, maar juist objectief. Je hebt zoet, zuur, zout, bitter en amima. Meer smaken zijn er niet, ook al zijn de smaakcombinaties oneindig. Als er dus over één ding te twisten valt, dan is het wel smaak. Zou dat niet zo zijn, dan kon iedere banketbakkerij haar deuren wel sluiten. En hetzelfde geldt voor alle bedrijven die zich met voeding en dranken bezighouden. Coca cola stopte onmiddellijk met de productie van hun mierzoete drankje als ze niet zouden weten dat het gros der mensheid hun product als ‘lekker en oppeppend’ zou beoordelen. Je zou, als er over smaak inderdaad niet te twisten zou zijn, ook geen onderscheid meer kunnen maken tussen goed en slecht brood, goed en slecht banket. Maar dat criterium is zeker voorhanden. De broodfabrieken produceren rotzooibrood met veel toegevoegde smaak- en kleurstoffen, waaraan massa’s ‘broodverbeteraars’ worden toegevoegd, terwijl de warme bakker dagelijks goed smakelijk brood uitvent. Iedereen met dezelfde fysiologie zal namelijk ongeveer dezelfde combinatie van smaken proeven wanneer ze eenzelfde stuk brood in de mond nemen. Hoe die smaken ervaren worden, de smaakervaring, dat is een ander verhaal. Dat verschilt van mens tot mens. Dat hangt af van het oordeel dat mensen aan een smaakervaring geven. Ze ervaren iets als ‘zoet’ of ‘bitter’ (bitterzoet), ‘lekker’ of ‘smerig’. Onze hersenen spelen hierin een sleutelrol. Als we iets als ‘zoet’ proeven, wil dat lang niet altijd zeggen dat het product daadwerkelijk zoet is. Dat komt door onze dubbele hersenen. Die belazeren de kluit.

Lang voordat de nieuwe wetenschap van de neuro-gastro-enterologie tot de ontdekking zou komen dat onze ingewanden omhuld worden door meer dan honderdmiljoen zenuwcellen die, qua celtypen, werkzame stoffen en receptoren, een bijna natuurgetrouwe replica zijn van onze hersenen in het schedeldak, wisten banketbakkers en huisvrouwen al dat de liefde van de man door diens maag gaat. Ons buikbrein is de plaats waar de vlinders fladderen en waar vreugde en geluk lichtelijk kriebelen. En al dat gefladder en gekriebel begint in de mond. Preciezer gezegd, alle smaak begint bij de kwaliteit van water. Deugt de kwaliteit van het water niet, dan krijg je nooit iets goed op smaak. De tienduizend smaakpapillen die er op onze tong liggen ‘weten’ dat. Maar ook als de kwaliteit van de grote smaakneutralisator water goed is, dan is het nog steeds mogelijk om iedere goede smaak om zeep te helpen door jezelf vol te stouwen met gebak van de Hema. Zoet en vet, met zo’n viezig laagje dat de bovenkant van je verhemelte als een filmpje siliconen bedekt, dat zijn de enige smaaksensaties die de arme drommels die dat spul naar binnen stouwen nog resten. De stakkers zitten, zonder dat ze dat van zichzelf weten, ook nog eens gevangen in een vicieuze cirkel. Ze worden dikker en dikker omdat de gewenningsgraad van zoete stoffen erg hoog ligt, zodat je steeds meer zoetigheden nodig hebt om een soortgelijke (niet dezelfde) ervaring te kunnen krijgen.

Een beetje patissier weet dit en daarom zal hij, ook bestaat zijn werk uit voortdurend proeven, in zijn vrije tijd geen gebak of andere zoetigheid aanraken. Het zou zijn vermogen om smaken te onderscheiden en vooral om de juiste hoeveelheid zoetstof te kunnen inschatten, vernietigen. Want ook al vernieuwen de smaakpapillen zich om de acht tot tien dagen, de nieuw gevormde papillen dragen de erfenis van een soort van fysiologisch geheugen. Wij mogen dan wel eens dingen vergeten, onze fysiologie vergeet nooit wat. Daarbij werkt dit fysiologisch geheugen anticipatoir. Ongeveer acht seconden voordat wij een stukje chocolade in de mond steken, wordt ons mondspeeksel al verrijkt met enzymen die verheugd uitkijken naar de verwerking van theobromine.

Wat een goede patissier ook weet is dat onze hersenen onze waarneming voortdurend om de tuin aan het leiden is. Dat geldt voor wat we zien, horen, ruiken, aanraken, voelen, maar vooral voor wat we menen te proeven. We proeven dingen die er niet zijn, zoals we ook de fantoompijn voelen in de voet die kortgeleden geamputeerd werd, terwijl de meesten onder ons niet in staat zijn om datgene te proeven wat wel aanwezig is. De kunst wordt dan om je smaakbeleving zo zuiver mogelijk te houden. Roken is dan uit den boze, het nuttigen van te veel sterke drank ook.

Er is één klasse van patissiers die geldt als de autoriteit op het gebied van smaak: de meillieur ouvrier de France de patissiers. De mensen roken en drinken niet (of nauwelijks). In hun gedragingen en in hun denken zijn zij stukken roomser dan de Paus. Zij zijn de ware meesters, de MOF’s. Zij zijn de echte chocolatiers, bonbonnières en dragants. Wat die mensen kunnen – ik durf het bijna niet te zeggen – daar kan een groot vakman als Harry Mercuur slechts in zijn dromen aan tippen. (Waarover later meer.)

Geplaatst in Koken | Een reactie plaatsen

Topchef versus masterchef

Topchef KJ

Hoe anders gaat dat eraan toe bij Kranenborg en Jaspers, vergeleken met hun Australische tegenhangers! In hun televisiekeuken groeit niets, behalve schimmelculturen. De belangrijkste fout die zij maken is dat ze met dubbele maten meten. Onvergeeflijk. Dit is overigens een trekje dat zij delen met meerdere van die geweldige chef-koks. Een Gordon Ramsay deed dat tijdens de finale van Masterchef America namelijk ook. Op de tv stootte hij zijn medejuryleden samenzweerderig aan, wijzend op een kandidaat, ene Dave, die peperdure cantharellen, god betert ‘t, in een staafmixer aan gruzelementen jaagt, totdat de paddenstoelen tot een smeerbare smots geworden zijn. ‘Wat haalt die vent zich in zijn harses,’ foetert Ramsay, het onfeilbare jurylid, achter zijn hand. Tezelfdertijd, dit mannetje is niet bescheiden, pronkt Ramsay’s bereidingswijze van zijn signatuurgerecht op het internet waarin hij strontdure truffelchampignons hakkelt door een food-processor. What is sauce for the goose, is sauce for the gander, zullen Kranenborg en consorten gedacht hebben. In de restaurants van beide heren, in culinair opzicht elitair tot op het bot, zouden sowieso 6997 van de zevenduizend kandidaten linea recta de toegang tot hun keukens ontzegd worden, omdat ze zich geen raad zouden weten met die ‘bende viezeriken’. De wens om met je hoofd op het beeldscherm te komen en enige naamsbekendheid te genereren, verlaagt die standaard klaarblijkelijk. Met de wens om aan anderen hun liefde voor het koken over te brengen heeft hun televisieoptreden in ieder geval bitter weinig te maken.

Voor het oog van de camera pikken ze zaken op die in hun werkelijke leven allang geresulteerd hadden in een gang naar het arbeidsbureau met het verzoek om een ontslagprocedure op te starten. Daar komt bijvoorbeeld een larmoyant hittepetitje op hoge hakken de televisiekeuken binnen stiefelen, die, zonder dat ze daarvoor enige vorm van bewijs levert, andere kandidaten ervan begint te beschuldigen dat die haar ingrediënten stalen. Hoewel Kranenborg en Jaspers hun wenkbrauwen bedenkelijk optrekken bij het zien van haar hoge hakken, slikken ze haar krokodillentranen voor zoete koek en sturen haar door naar de volgende ronde. Datzelfde mokkel deinst er intussen niet voor terug om haar medekandidaten aan alle kanten te naaien en kunstjes te flikken. Wat zijn dat voor praktijken!

Allereerst hadden ze mevrouw op het bestaan van televisiebeelden moeten wijzen, net zoals degene deed die valselijk beschuldigd werd. Alles wordt immers vastgelegd. Als er dus een schoft had rondgelopen die druk bezig was om de kluit doelbewust te belazeren, dan had je dat op die beelden kunnen terugzien. Nu deden ze dat niet en door deze nalatigheid tolereren ze de aanwezigheid van een matennaaiende vrouw in hun keuken. In hun eigen domein hadden ze dat zeker nooit toegestaan. Een persoonslid die zonder grond loopt te ratten over iemand anders, verstoort de werksfeer en zou de inspanningen van het keukenteam teniet doen. Dan de rode pumps met hoge hakken. Zou iemand het presteren om zo hun keuken binnen te lopen, dan hadden ze geheid gezegd: ‘ga jij terug naar de kleedkamer en trek eens fatsoenlijke schoenen aan je lompe poten.’ Ze weten maar al te goed dat schoeisel van deze soort in een keuken met een vaak glibberige ondergrond levensgevaarlijk is, niet alleen voor haar maar ook voor de rest van het personeel. Stel dat de miep uitglijdt en op haar bek gaat terwijl ze bezig is om een pan met geblancheerde spinazie af te gieten. Hoeveel brandwonden wil je hebben en waar? Maar het grootste misverstand zit hem in het denken van het meisje zelf en ook daar hadden Kranenborg en Jaspers op moeten wijzen als leermeester. Hoe komt zo’n meisje erbij, staande achter het fornuis, om de show te willen maken als ijdeltuit? (‘Onder haar kek koksbuisje draagt ze een rode avondjurk en pumps met naaldhakken,’ zwijmelt de voice-over.) Hoe wil ze op die manier haar werk doen? Een kok staat per dag zo’n acht tot tien uur op zijn benen, soms nog langer, waarbij hij al gauw zo’n zes tot zeven kilometer afstand in de keuken overbrugt. Hoe wil je dat doen op hoge hakken? Zo’n outfit is wellicht heel erg in trek wanneer je een carrière in de porno-industrie ambieert, maar voor een kok slaat hij als een tang op een varken.

De absolute humorloosheid van hun Topchef schokt mij nog het meest, en wel omdat het aangeeft dat er zich op het televisiescherm iets perfides, iets onechts, aan het voltrekken is. Een kok die plezier heeft in het kokkerellen, die daar zijn wezen in legt, die al bij het maken van een simpele vinaigrette danspasjes aan het maken is in het blijde vooruitzicht hoe dit zal combineren met het krokant gebakken vetrandje van een lamskotelet, die doet zijn werk met een lach en niet met een houding die doet vermoeden dat de keukenbrigade druk bezig is met alle voorbereidingen voor een ophanden zijnde uitvaart van een dierbare. Ik geloof er dan ook niks van dat er in de keukens van Jaspers en Kranenborg niet gelachen zou worden, daar zijn ze veel te gepassioneerd voor als koks. Ze slagen er echter niet in om dit aspect van hun vakmanschap bij hun kandidaten over te brengen, net zo min als ze hun onfortuinlijke proefkonijntjes weten bij te brengen dat smaak niet alleen iets is wat bestaat, maar ook iets is wat ontstaat. Zonder deze scheppingsdrang is de titel ‘chef’ slechts een leeg omhulsel. Kappen dus met die flauwekul.

Geplaatst in Koken | Een reactie plaatsen

Masterchef Australia

3299078592.-86a15ff5ea8b316d73d46eaf0ff91539

 

De Australiërs televisiekoks scoren in mijn boekje, verrassend genoeg, stukken beter. Hun land staat er nu eenmaal niet om bekend dat hun keukens de goegemeente der connaisseurs kunnen plezieren. Dat laat zich ook terugzien in de eindproducten die hun kandidaten inleveren. Ik sta daar niet himmelhochjauchzend bij te springen. Ook mijn speekselklieren maken geen overuren. Als je ziet wat voor een derrie de kandidaten in de finaleweek nog durven te presenteren, dan hou ik mijn hart vast bij het idee hoe het spul eruit zag van de zevenduizend mededingers die zij in de voorrondes wisten te elimineren. Vooral de master classes kunnen bij lange na niet tippen aan wat Kranenborg en Jaspers van hun kunde als kok laten zien, al was het alleen maar om het feit dat de aussies graag uit pakjes mogen koken. Zo deinzen de twee Australische topchefs er niet voor terug om zo, hupsakee, kant en klare bouillon in hun soepen of curry’s te storten. Het grote bezwaar hiertegen is niet dat het slechte bouillon zou zijn, maar dat de leerlingen niet leren onder welke omstandigheden ze een goede bouillon moeten bereiden en dat ze niet zullen leren hoe ze bouillons moeten clarificeren. De master classes van Kranenborg en Jaspers daarentegen, zoals ze vertoond worden in Top Chef, de jonge professionals, vervullen mij altijd met het stille verdriet van het besef dat er geen geurknop op de televisie zit, zodat ik de geuren van hun gerechten niet naar me kan toewuiven. Dat alles moet ik toegeven.

Toch is Masterchef Australia het enige kookprogramma dat, wat mij betreft, ver met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Waarom? Negatief uitgedrukt, omdat culinaire prestaties niet het enige criterium in een goede keuken zijn. Er gelden ook andere maatstaven. Koken, zo benadrukte Remy, het kokende ratje uit Ratatouille, keer op keer, draait om passie, om een liefde voor het eten en om het genot andere mensen te fêteren op iets waar ze hun ziel en zaligheid in gelegd hebben. En de mensen die meedoen aan de Australische versie van masterchef zitten boordevol hartstocht. Ze zijn maandenlang van huis weg, vaak hebben ze hun eerdere baan opgegeven en ze zijn meer dan bereid om hun mening over wat goed bereid eten is op te geven voor een betere. Kandidaten die dat niet doen en die graag de betweter willen uithangen, selecteren zichzelf voor eliminatie. Wat rest zijn de mensen die niet bang zijn om wat te leren. Die laten een glimp van hun ziel zien en zijn niet bang om eens een keertje af te gaan. Ik bedoel, iedereen, de kandidaten net zo goed als de twee chef-koks, zijn betrokken in een groeiproces. Daar wordt van elkaar geleerd en aan elkaar gedoceerd.

Aan het begin van het traject zijn ze even rommelig als de Amerikaanse of Nederlandse amateurkoks, omdat ze een hoop verkeerde gewoonten moeten afleren en goede gewoonten nog moeten aanleren, maar tegen het eind krijgen ze het gezamenlijk voor elkaar om toch iets op tafel te zetten dat er als redelijk eetbaar uitziet. Daarbij stimuleren de deelnemers elkaar en juichen een ander verheugd toe als die een mooi eindproduct weet weg te zetten. Zeker, ze zijn onderling nog steeds verwikkeld in een competitie waarbij het onvermijdelijk is dat de meeste kandidaten uiteindelijk moeten afvallen, maar ze grienen even hard met een afvaller mee als die zelf doet, zonder enig spoor van leedvermaak. Dit zit ‘m vooral in het feit dat ze hun ambities weten te beteugelen. Ze kunnen een aardig potje koken in de keuken thuis, ja, dat weten ze, maar ze weten ook dat een gezelligheidskok mijlenver verwijderd staat van de professional.

Waarschijnlijk is deze onbevangenheid en leergierigheid van de deelnemers, aangevuld door hun diepste hartenwens om uiteindelijk een kok te worden, ook de reden waarom dit televisieprogramma in Australië the talk of the town is. Hun dagelijkse strijd in de keuken trekt als een mare door het land en een grote schare kijkers leeft met het lot van de winnaars en afvallers mee. Ik kan me nog één aflevering goed heugen waarin een man plotsklaps vertelde dat hij weer op huis aanging. Hij had weliswaar alle voorrondes gehaald en in de competitie deed hij het ook niet slecht, maar hij wou terug naar zijn vrouw, die net van kanker genezen was, omdat hij het gevoel had dat hij, als hij zou aanblijven, haar in de steek liet. Dus pakte hij zijn boeltje bij elkaar en vertrok huiswaarts, naar een dorpje dat zo’n drieduizend kilometer noordelijker lag. Een restaurateur, die de beelden op televisie gezien had, hing vervolgens in de telefoon om de man een baantje als leerling-kok in zijn toko aan te beiden. Wat een saamhorigheid.

Ook het format van de aussies is beter. Aan alle kanten verraadt dit format, dat er een stuk beter is nagedacht over de reeks vaardigheden waarover een kok moet kunnen beschikken dan de producers van SBS6 gedaan hebben. Je bent er nu wel in geslaagd om een lekkere, restaurantwaardige gumbo te maken voor twee personen, maar hoe zit dat wanneer je voor tweehonderd zeelui moet koken? Zo’n format rekt de werksfeer van een kok op tot meer realistischer proporties. Het dwingt de deelnemers om niet te gaan koken wat ze zelf lekker vinden en het zet ze onder zware tijdsdruk. De zaken beginnen dan een beetje te lijken op hoe het er in een echte keuken aan toegaat. Ze zullen zich moeten gaan afvragen wat voor tweehonderd hardwerkende mariniers een spekkie naar hun bekkie is en of ze dat tijdig voorgeschoteld kunnen krijgen in de mess. Degenen die dat niet kunnen en die iets op tafel smakken wat slechts hun favoriete dis is, vallen af. Op een koude winterdag een garnalenpasta aan hongerige zeelui voorzetten? Dan kom je bedrogen uit. Op zo’n dag wil een zeebonk vlees, vet en veel. Lasagna is dan dus een uitstekende keuze. Lasagna is ook nog om een andere reden een prima inval. Dat blijft keurig binnen het budget. En dat is ook iets wat je aankomende koks zult moeten leren. Het is geen kunst om met een budget van vijftig euro per couvert een gerecht op tafel te zetten waar de eter van gaat watertanden, de kunst is om dat te doen met een budget van vijf euro. Ook koks, vooral chef-koks, moeten een kostprijsberekening kunnen maken.

Geplaatst in Koken | Een reactie plaatsen

Meesterchef

topchef-468

In culinair opzicht doen wij Nederlanders het op tv niet veel beter dan de Britten en Amerikanen. In een nog niet zo ver en grijs verleden mochten we getuigen zijn van de prestaties van een kok, bijgenaamd ‘de gillende nicht’, wiens echte naam in onze kringen onuitgesproken blijft. Hij maakte ons deelachtig aan een lesje in aanschouwend onderwijs hoe je voedsel vooral niet moet behandelen, wil je nog iets van de oorspronkelijke textuur bewaren. Zijn ‘toprestaurant’ wordt gefrequenteerd door watjekauwers en andere smakelozen van de nacht. Tegenwoordig zien we een ADHD-achtig mannetje over het beeldscherm heen en weer flitsen die, vooral tijdens de nieuwsjaarwisseling, zogenaamd aan ‘moleculair koken’ doet, en een andere even kale kok die in zijn acties nog het meeste lijkt op een kloon van Ramsay, zij het dan dat dit mirakel in de keuken zijn werkzaamheden bij voorkeur schijnt uit te voeren op cruiseschepen. Maar deze twee zijn nog wel sympathiek, want niet zo pretentieus, te noemen. Anders ligt dat bij de twee meesters: Robert Kranenborg en Julius Jaspers. De meest ergerlijke eigenschap van die twee is wel dat het beiden excellente koks zijn, met een meer dan rudimentaire kennis van patisserie. Als dit nu beiden prutskoks waren, dan kon ik gewoon naar een ander kanaal overschakelen, maar nu word ik onweerstaanbaar naar het scherm toe gezogen in de hoop een glimp op te vangen van hun master classes. De rest van hun programma is shit, want wat zie je op het beeldscherm? Hoe uit hun professionaliteit zich daar?

Allereerst wordt hun televisiekeuken bevolkt door mensen die, afgaande op hun gedragingen, niets maar dan ook niets in een keuken te zoeken hebben. Dat scheldt en vloekt, zucht en puft, jankt en smacht. Jaspers en Kranenborg weten dat ook. Ze horen het. Ze zien het. En dat vertaald zich door in hun opstelling jegens de amateurs. We zien dan twee superarrogante mannetjes op leeftijd die hun kandidaten de meest denigrerende opmerkingen toevoegen, in de volle wetenschap dat de mensen met wie ze werken het verschil niet kennen tussen een snijwijze en julienne en chinoise. Maar wat wil je dan? Kennis van de meest simpele vaardigheden ontbreekt de deelnemers ten ene male. Uitbenen, ontweien en fileren zien ze nu voor het eerst. Enige feeling met het eerste credo van iedereen die met zijn handen werkt: ‘hou je werkplek schoon’, ontberen ze. Ze kunnen geen mis en place maken, het ontbreekt ze aan waren- en materiaalkennis en van hygiëne weten ze hooguit hoe ze dat woord moeten schrijven. Van de gevaren van e-coli-achtige of lengbacteriën hebben ze namelijk nog nooit gehoord, maar dat mag de pret niet drukken. In een razend tempo worden de amateurkoks achter ‘de kachel’ gejaagd, waarbij ze voor zichzelf een werkplek creëren die iedere microbioloog vreugdekreten doet uitslaken. Onder de handen en voeten van de aanrommelende patjepeeërs ontwikkelen zich voorheen onbekende culturen en stammen van micro-organismen, waaronder zich mogelijkerwijs een geneesmiddel zal bevinden tegen herpes. Op dezelfde plank waarop eerst rauwe kip onder de noemer ‘fileren’ mishandeld werd, worden zonder pardon ook de groenten gesneden. Vleesproducten kieperen ze, zonder daarbij na te denken, bovenaan in de koelkast, zodat het vleesvocht lekker kan uitdruppen op de beneden staande zuivelproducten. In hun handen verwordt een parfait tot een dodelijk bacteriologisch wapen en introduceert het uitserveren van een stukje reerug, onafwendbaar vergezeld door de sleetse cranberrysaus, een nieuwe fase in de biologische oorlogsvoering tegen de consument.

En nogmaals, deze mensen kun je met goed fatsoen eigenlijk niets verwijten. Er wordt ze voorgehouden, wat nog versterkt wordt door de ambiance, dat er in de keuken zoiets als een Gouden Weg van kracht is, zodat je vanuit het niets plotseling chef-kok kunt worden en dat het betalen van leergeld beperkt blijft tot een voor de aspirant-kok acceptabel minimum. Deze kandidaten worden ten overstaan van het televisieminnend Nederlands publiek misleid. Anders ligt dat voor een andere groep deelnemers, want deze observaties gelden ook voor het contigent aan reeds afgestudeerde koks die in Top Chef, de jonge professionals, een gooi doen naar de titel van Topchef. Zij zouden beter moeten weten. Waar die jongens hun diploma behaald hebben? Bij hoge school inHolland?

En beide heren staan erbij en kijken ernaar. Zo nu en dan hoor je wat gemopper. Het is dan alsof ze druk bezig zijn om een koe te verwijten te maken dat zij loeit en niet blaft als een hond. Ze zien verdomde goed dat hun kandidaten niet weten hoe ze een mes moeten vasthouden, welk mes waarvoor dient, wat een schaapsvoetlemmet is, of hoe ze het lemmet van een mes moeten wetten. Rustig laten zij een meisje begaan die, omdat de blender ‘het niet zo goed doet’, haar hand in de foodprocessor stopt, met de stekker nog in het stopcontact. De bloedspetters die door de keuken vliegen, roepen herinneringen op aan de Texas chainsaw murders, alle vijf delen, terwijl de twee meesters het nalaten om een bloedprotocol in werking te zetten, zichzelf onderwijl in slaap sussend met het idee: ‘het zal zo’n vaart niet lopen,’ alsof zij aan het smoelwerk van het wicht kunnen aflezen dat zij niet besmet is met hepatitis of zeropositief is.

Geplaatst in Koken | Een reactie plaatsen

Gordon Ramsay’s Kitchen Nightmares

Gordon Ramsay

Een recensie van Gordon Ramsay’s ‘Herrie in de keuken’, voor mijn nieuwe boek over eten, koken, scheikunde en filosofie.

Herrie in de keuken is een televisieprogramma waarin de wereldberoemde drie *-kok Gordon Ramsay noodlijdende restaurateurs helpt om fuckfuck, fuckerfuckfuck, fuck, fucking fuck, fuck, my arse, fuckfuckfuck, fuckfuck, fuckerfuckfuck, fuck, fucking duck, fuck, om my sweet arse, fuckfuckfuckfuck op de been te komen, mits zij fuckfuck, fuckerfuckfuck, fuck, fucking fuck, fuck, you ignorant motherfucker, fuckfuckfuck, goddamned, fuckfuck, fuckerfuckfuck, fuck, fucking fuck, fuck, your waitress got bigger fucking balls than you do, fuckfuckfuck, you little shit fucker, tot inzicht komen dat zij, fuckfuck, fuckerfuckfuck, fuck, fucking fuck, fuck, my fried arse, fuckfuckfuck, in denial verkeren, omdat zij anders, fuckfuck, fuckerfuckfuck, fuck, fucking fuck, fuck, you are killing your customers, fuckfuckfuck – I am closing this restaurant – fuckfuck, fuckerfuckfuck, fuck, fucking fuck, fuck, Holy Mary, mother of fucking Jezus, fuckfuckfuck, nooit tot inzicht zullen komen welk vloekwoord het beste bij een gegeven situatie past.

Geplaatst in Koken | Een reactie plaatsen

De zaak-Baybasin

Hüseyin-Baybaşin-1024x656

Huseyin Baybasin

Nieuw boek Rein Gerritsen Huseyin Baybasin: Het Turks-Nederlandse overspel in de Koerdische kwestie (ISVW 2016)

Gerechtelijke dwalingen komen helaas voor, maar dat er sprake is van boze opzet om iemand tot levenslang te kunnen veroordelen, is ongehoord in de Nederlandse rechtspraak. Toch overkwam dit de Turks Koerdische activist Hüseyin Baybasin. Het belangrijkste bewijsmateriaal in de zaak Baybasin berust op opzettelijk gemanipuleerde telefoontaps, aldus hoogleraar wetenschapsfilosofie Ton Derksen. Maar waarom werd Baybasin er ingeluisd? Het boek van Gerritsen geeft een antwoord op die vraag: omdat Baybasin een klokkenluider was die staatsgeheimen van de Turkse overheid over haar betrokkenheid bij grootschalige drugshandel wereldkundig maakte en omdat Nederland de diplomatieke verhouding met haar NAVO-partner Turkije wilde verbeteren. De twee bondgenoten pleegden overspel door in Nederland woonachtige Turkse Koerden te criminaliseren en door Baybasin af te schilderen als ‘de Pablo Escobar van de heroïne’.

In een spannend verslag beschrijft Gerritsen hoe Nederlandse rechercheurs, zij aan zij met hun Turkse collega’s, meewerkten aan het strafrechtelijk onderzoek tegen Baybasin, ook al wisten ze dat alle aantijgingen tegen de man politiek ingestoken waren en er geen sprake was van strafbare feiten. Ook hun superieuren, het Openbaar Ministerie, enkele politici en de top van het toenmalige Ministerie van Justitie waren van deze politieke intriges op de hoogte. Zelfs gerenommeerde Nederlandse wetenschappers waren betrokken bij dit vuile spel. Nederlandse justitieambtenaren die niet meededen aan dit overspel werden monddood gemaakt en uitgerangeerd.

Gerritsen laat op even meeslepende als overtuigende wijze zien dat er in de zaak Baybasin slechts één conclusie mogelijk is: Hüseyin Baybasin is een politieke gevangene. De zes oud-gevangenisdirecteuren die het voorwoord bij dit boek schreven, spreken in deze zaak over een ‘evidente schandvlek’ voor de Nederlandse rechtstaat.

Geplaatst in Blunders | Getagged , , | 3 Reacties